Ademautomatenset

De ademautomaat

Onder water kun je niet vanzelf ademen. Daarvoor gebruik je een ademautomaat. Die moet prettig en makkelijk werken. Als ademen zwaar gaat, kun je je onveilig voelen en sneller moe worden. Alle ademautomaten moeten voldoen aan Europese regels. Zo weet je zeker dat ze veilig zijn.

Makkelijk ademen

Een goede ademautomaat laat je licht en natuurlijk ademen. Je hoeft dus niet hard te zuigen om lucht te krijgen. In de handleiding van een ademautomaat staat soms een grafiek. Die laat zien hoe zwaar het ademen is. Hoe dichter de lijn bij het midden blijft, hoe beter de automaat werkt.

Duiken in koud water

Volgens de regels moet een ademautomaat werken tot 10 °C water. In Nederland is het water vaak kouder, vooral in het voorjaar of op diepte. Daarom is het slim om een automaat te kiezen met een koudwaterkeur.

Automaat en octopus

De octopus is je reserve-ademautomaat. Die is bedoeld voor je buddy als die geen lucht meer heeft. Moderne ademautomaten hebben het keurmerk EN250A. Dat betekent dat ze getest zijn terwijl twee duikers tegelijk ademhalen. Dat is belangrijk, want in een noodsituatie gebruiken jij en je buddy vaak tegelijk lucht.

Waar hang je je octopus?

De octopus is meestal geel, zodat je buddy hem snel kan zien. Het belangrijkste is:

  • hij moet makkelijk te pakken zijn
  • je moet hem snel kunnen doorgeven
  • hij mag niet ondersteboven zitten

Sommige mondstukken hebben geen boven- of onderkant. Daarmee kun je nooit fout aanbieden. Kies bij voorkeur een octopus van hetzelfde merk en type als je gewone ademautomaat. Dan werkt alles beter samen.

Long hose (lange slang)

Sommige duikers gebruiken een lange slang. Die is ongeveer 2 meter lang. De duiker ademt zelf uit de lange slang. De reserve-automaat hangt om zijn nek. Heeft de buddy lucht nodig? Dan krijgt hij meteen de automaat die de ander gebruikt. Dat is duidelijk en veilig, ook bij slecht zicht.

Comfort van het mondstuk

Het mondstuk moet lekker zitten. Er zijn:

  • kleinere mondstukken
  • mondstukken die de druk op je kaken verminderen
  • mondstukken die je zelf kunt vormen in warm water

Een goed mondstuk zorgt ervoor dat je minder snel last krijgt van je kaken.

Aansluiting: DIN of INT

Er zijn twee soorten aansluitingen:

  • INT: tot 232 bar
  • DIN: tot 300 bar

DIN is veiliger, omdat het rubber ringetje (O-ring) beter beschermd zit. Daarom gebruiken veel ervaren duikers DIN.

In Nederland past bijna alles op elkaar. In het buitenland heb je soms een adapter nodig.

Manometer (drukmeter)

De manometer laat zien hoeveel lucht er nog in je fles zit. Hij is niet super precies.

Daarom:

  • ga bij je duikplanning altijd uit van de laagste waarde
  • zo kom je niet zonder lucht te zitten

Toegestane afwijkingen:

  • 50–100 bar: ± 5 bar
  • 100–200 bar: ± 10 bar
  • 200–300 bar: ± 15 bar