Vinnen
Een korte geschiedenis van vinnen
Het idee van vinnen is al oud. In de 15e eeuw dacht Leonardo da Vinci er al over na. In de 18e eeuw maakte Benjamin Franklin houten plankjes voor zijn voeten om sneller te zwemmen. In 1939 kreeg de Fransman Louis de Corlieu een patent op zwemvinnen. Later ging de Amerikaan Owen Churchill ze produceren op Hawaii. Surfers gebruiken dit type vinnen nog steeds. Grotere vinnen voor duikers verdwenen eind jaren zestig.
Waarvoor gebruik je vinnen?

Tijdens de 1*-duikopleiding leer je dat vinnen voldoende stuwkracht moeten geven. Ze mogen niet omklappen. Het gaat niet om zo snel mogelijk zwemmen, maar om je veilig te kunnen verplaatsen als dat nodig is. Er zijn vinnen in veel kleuren en modellen. Niet elke nieuwe vorm is ook echt beter. In de praktijk blijkt dat sommige ideeën minder goed werken dan ze beloven.
Vinnen met gaten
Vinnen met gaten of poorten zwemmen licht. Dat komt doordat ze minder water verplaatsen. Daardoor voelt het zwemmen makkelijk, maar je gaat ook minder efficiënt vooruit. Omdat deze vinnen zwakker zijn op een belangrijk punt, zijn ze onveilig voor opleiding en training.

Vinnen met spleten (split fins)
Split fins hebben een blad dat in de lengte is gespleten. Ze voelen licht aan tijdens rustig zwemmen. Het nadeel is dat veel water door de spleet wegloopt. Daardoor heb je te weinig kracht als je snel of krachtig moet zwemmen, bijvoorbeeld bij stroming. Dat maakt ze minder veilig.
Scharnierende vinnen
Bij deze vinnen kan het blad draaien. Bij rustig zwemmen voelt dat comfortabel. In de praktijk blijkt dat:
- een deel van de kracht verloren gaat naar de zijkant;
- bij krachtige slagen het blad kan omklappen.
Dat betekent dat je op een cruciaal moment geen stuwkracht meer hebt. Ook dit type vin is daarom minder geschikt voor buitenwater.

Simpele vinnen
Standaardvinnen, ook wel paddle fins, zijn eenvoudig en betrouwbaar. Ze werken onder alle omstandigheden redelijk goed. Het nadeel is dat ze het water minder gericht wegduwen, waardoor je niet alle energie benut.
Efficiënte vinnen
Goede vinnen hebben een blad dat licht hol kan buigen. Daardoor wordt het water meer naar achteren gestuurd en ga je efficiënter vooruit. Veel merken maken dit soort vinnen. Je kunt kiezen uit:
- lange of korte vinnen
- brede of smalle vinnen
Als vuistregel:
- kort en breed → meer wendbaarheid
- lang en smal → meer snelheid
Je lichaamsbouw en spierkracht spelen ook een rol bij je keuze.
De kleur van je vinnen

De kleur van je vinnen is belangrijk. In Nederlands water is het zicht vaak slecht. Felgekleurde vinnen zijn beter zichtbaar:
- je ziet je buddy sneller;
- je valt meer op bij een noodsituatie, vanaf de kant of de boot.
Dat geeft extra veiligheid.
