Duikcilinders / Persluchtflessen

Persluchtflessen: basisinformatie

Persluchtflessen zijn er in verschillende volumes (6 tot 15 liter), materialen (staal, aluminium en carbon) en vuldrukken (200, 232 of 300 bar). Ze kunnen enkel of dubbel uitgevoerd zijn.

Bij het kiezen van een fles gaat het niet alleen om hoeveel lucht erin zit. Ook de trimeigenschappen zijn belangrijk. Die worden bepaald door:

  • volume
  • vuldruk
  • gewicht
  • vorm

De fles mag je balans onder water niet verstoren. Aan het einde van de duik, met ongeveer 50 bar lucht, moet de fles bijna neutraal zijn.

Accessoires

Flessen worden meestal verkocht met:

  • een kraan
  • een netje tegen krassen
  • een flesvoet

De flesvoet is bedoeld om de fles rechtop te zetten, maar laat een fles nooit onbeheerd rechtop staan.

Vuldruk

In Nederland zie je vooral stalen flessen van 200 of 232 bar. Deze zijn prettig in gebruik. Aan het einde van de duik worden ze bijna neutraal, wat het trimmen makkelijker maakt. Aluminium en carbonflessen zijn veel lichter. Daardoor gaan ze aan het einde van de duik drijven. Dat moet je compenseren met extra lood. Er bestaan ook flessen met een vuldruk van 300 bar:

  • stalen 300-bar flessen zijn zwaar en duur
  • carbon 300-bar flessen zijn lichter, maar leveren weinig extra lucht

Volume

Beginnende duikers verbruiken vaak meer lucht. Met ervaring daalt dat verbruik. Dan wordt het volume van de fles minder bepalend voor je duik. Veel duikers kiezen voor een stalen fles van 10 of 12 liter met 232 bar. Wat het beste bij je past, merk je vanzelf naarmate je meer ervaring krijgt. Probeer daarom verschillende flessen uit voordat je er een koopt.

Vorm

12-literflessen zijn er in lange en korte uitvoeringen.

  • Korte flessen (“bommetjes”) hebben het zwaartepunt iets verder van je lichaam. Daardoor ben je iets minder stabiel en rol je sneller.
  • Lange flessen liggen stabieler, maar moeten wel goed gemonteerd worden.

Een fles wordt tijdens de duik steeds lichter. Daarom moet hij zo hangen dat je houding niet verandert tussen een volle en een bijna lege fles.

Een te laag gemonteerde fles trekt je steeds verder voorover, vooral tijdens de veiligheidsstop. Bij korte flessen is die fout minder groot dan bij lange.

Een dubbelset is breder en stabieler, maar ook zwaarder en duurder.

Keuring

In Nederland moet een duikfles elke 5 jaar gekeurd worden. Zonder geldige keur is een fles praktisch waardeloos.

De keurdatum is in de fles geslagen. Dit is geen productiedatum, maar de datum tot wanneer de fles is goedgekeurd.

In andere landen gelden soms strengere regels:

  • Spanje en Frankrijk: maximaal 3 jaar
  • Ierland: maximaal 2 jaar

Neem je je eigen fles mee op reis, controleer dan altijd de lokale regels.

Een tweedehands fles

Veel duikers kopen een tweedehands fles. Dat kan prima zijn als:

  • de keur recent is
  • de fles inwendig wordt geïnspecteerd

Tweedehands materiaal van particulieren is soms riskant. Rubber en kunststof verouderen, ook als het weinig gebruikt is. Onderdelen kunnen bovendien niet meer verkrijgbaar zijn.

Vervuiling en roest

Bij een keuring wordt gecontroleerd op:

  • vuil of olie in de fles
  • vocht en roest

Vervuiling kan ontstaan door slecht onderhouden vulstations. Ruik daarom altijd aan de lucht vóór je gaat duiken.

Zet je fles bij langdurige opslag:

  • rechtop
  • leeg
  • goed gezekerd

Eventueel vocht zakt dan naar de bodem, waar de fles het dikst is. Dat verkleint de kans op afkeuring door roest.

Aansluiting tussen fles en kraan

Kies bij voorkeur een kraan die geschikt is voor DIN én INT. Dan kun je overal vullen.

De huidige Europese standaard is M25x2. Oudere aansluitingen worden steeds vaker afgekeurd.

Let op:

  • M25x2 en UNF lijken op elkaar
  • ze zijn niet uitwisselbaar

Een verkeerde kraan kan levensgevaarlijk zijn. Door de hoge druk kan de kraan loskomen en wordt de fles een projectiel. Controleer daarom altijd of de aanduiding op de kraan en de fles gelijk is. Gebruik bij voorkeur alleen M25x2.